- praktijk voor psychosociale hulpverlening - 
Home » Artikelen » Canto Ostinato - een les in leiderschap

Canto Ostinato - een les in leiderschap

Gepubliceerd op 5 mei 2019 om 21:31

Tot twee jaar geleden had ik nog nooit (van) Canto Ostinato gehoord. Ik heb altijd van klassieke muziek gehouden, en heb daarin mijn eigenheid ontdekt. Ik ga in hoge mate op mijn gevoel af en als muziek “bij mij binnenkomt” en iets met mij doet, dan hoort het bij me. Zo zijn de opera’s van Puccini en de Mattheus Passion van Bach mijn “koesterstukken” en brengen mij elke keer weer tot ontroering.

 

Ten tijde van het overlijden van Simeon Ten Holt, was er ineens veel te doen over Canto Ostinato. De titel intrigeerde mij, maar van wat ik ervan hoorde in de verschillende nieuwsuitzendingen/talkshows etc. raakte mij niet in die mate, om Canto gelijk in te lijven bij de “koesterstukken”. Toch bleef er een nieuwsgierigheid….

 

Ik kocht kaarten voor een voorstelling van Sandra en Jeroen van Veen in December dat jaar. Ik zette alle “voelsprietjes” aan en liet de muziek zijn ding doen.  Ik merkte dat Canto een meditatieve, zelfs trance-achtige werking bij mij heeft, het ontroert me; bij bepaalde overgangen ervaar ik ontlading, als een diepe zucht en door het hele stuk heen is er een gevoel van weemoed. Gevoel, dat zich als expressie in mijn gezicht uit als een glimlach. Ik merkte dat mijn lichaam melodieën zocht alsof iets resoneerde. Mijn hoofd vond zijn resonantie bij de wat langere, uitgerekte melodie, terwijl mijn bovenlichaam mee wiegde, als bamboe of een wilg. Bij de ontlading die ik voelde bij bepaalde overgangen, legde ik mijn hand op mijn borst, alsof de ontlading, de zucht, daarvandaan kwam.  En ik merkte dat, zelfs uren nadat de muziek was opgehouden, Canto nog naklonk in mijn hoofd en dat dat een plekje was om naartoe te gaan in een drukke werkdag. Canto had mij gevonden! Ik ontving haar met open armen en wilde genieten van haar schoonheid.

 

Ik wist nog steeds niets van Canto Ostinato. De titel deed me iets; ze was mooi, rond en symmetrisch. Dus ik ging op zoek naar informatie. Op de website van Jeroen en Sandra van Veen vertelt Jeroen over Canto en ik werd geraakt door een aantal dingen, die hij zei. Ik citeer een stukje:

 

“In plaats van een compositie die van a tot z vastligt schreef Ten Holt een ‘vrije’ vorm die overeenkomsten vertoont met die van minimalist Terry Riley. Canto Ostinato bestaat uit een aantal maten die de spelers naar eigen inzicht kunnen herhalen.

 

Deconcerten lijken haast een ritueel, waarbij het resultaat elke keer anders is. Dit komt niet alleen doordat de componist bewust de uitvoeringsmogelijkheden heeft vrijgelaten, maar ook omdat hij de invulling van het te spelen materiaal aan de uitvoerder overlaat. Eigenlijk gaat dit nog een stap verder; net als bij improvisatie worden de muzikale keuzes pas gemaakt op het moment van uitvoering. Het is dan ook meer een proces, en velen spreken ook over ‘ werk in uitvoering’.

 

De pianisten navigeren door het stuk, dat bestaat uit 106 secties, en hebben voortdurend oog- en natuurlijk “oor”contact. Via luisteren en kijken neemt iemand het initiatief om gemeenschappelijk door te gaan naar de volgende sectie. Dit lijkt erop alsof iemand het stuk leidt, maar het tegendeel is waar. Bij Canto Ostinato bestaat geen leiding. Het stuk leidt als het ware zichzelf en het is de taak van de musici het stuk in juiste muzikale banen te voeren, waarbij ze ook afgaan op elementen van buitenaf; de akoestiek, het publiek, de sfeer; alles is van invloed op het uiteindelijke resultaat. “

 

Geen leiding, dat intrigeerde me. Ik filosofeerde wat voor me uit en bedacht me dat de kwaliteit van een creatie dus niets te maken hoeft te hebben de vorm/kwaliteit van leiding. Als zulke mooie, ontroerende muziek, als Canto, kan ontstaan zonder leiding, zouden die principes dan ook toepasbaar zijn op bijvoorbeeld het bedrijfsleven, het inrichten van een bedrijf of afdeling?

 

Vele jaren ben ik in het bedrijfsleven werkzaam geweest en heb vele vormen van leiding meegemaakt. In het laatste bedrijf waar ik gewerkt heb, manifesteert leiding zich  als een subjectieve eenrichtingsweg, gebouwd op het drijfzand van angst voor de eigen positie. Nergens wordt er gezocht naar de unieke kwaliteiten van het individu om deze ten dienste te stellen van het (bedrijfs-)resultaat. Uit angst dat iemand z’n kop boven het maaiveld uitsteekt” en daarmee de positie van de manager aantast, wordt de dwangbuis van bedrijfsprocessen eenieder aangetrokken en vastgesnoerd.

 

“Hebben wij werkelijk zoveel leiding nodig”, bedacht ik me. Zouden wij zonder die leiding volledig ontsporen, niet weten wat we moesten doen, onze verantwoordelijkheden ontlopen en daarmee het bedrijf, waar we werken, om zeep helpen? Of zou het omgekeerde ook mogelijk zijn: Dat de mens, behept met een intuïtief besef van goed en fout, juist gaat nadenken over verantwoordelijkheden, omdat er niemand is die hem dat voorkauwt. Dat er in plaats van een ego dat zich moet bewijzen aan de manager, omdat de beoordeling ook van hem komt, deze energie gestoken kan worden in het vergroten van het contact met de ander en zo in de harmonie die dit oplevert, wordt gebouwd aan de “creatie en behoud” van een goed bedrijf dat voor alle deelnemers als goed wordt ervaren.

 

Het stuk leidt als het ware zichzelf en het is de taak van de musici het stuk in juiste muzikale banen te voeren, waarbij ze ook afgaan op elementen van buitenaf; de akoestiek, het publiek, de sfeer; alles is van invloed op het uiteindelijke resultaat. “

 

Er is dus geen hiërarchie. Er is niet iemand die op basis van kwalificaties of eigenschappen, of het resultaat van een politiek spel, het “recht” heeft om de leiding te hebben.

 

“Het zou mooi zijn”, bedacht ik me, “maar is het haalbaar? Wat zou ervoor nodig zijn om dit voor elkaar te krijgen?” “En als het zou kunnen werken in het bedrijfsleven, zouden de principes van Canto dan ook toepasbaar kunnen zijn in de samenleving? Zouden ze een leidraad kunnen zijn over hoe we met elkaar kunnen omgaan?

 

Een essentiële voorwaarde om te leven, te creëren en een bedrijf te voeren volgens de principes van Canto is een volledige en voor iedere deelnemer noodzakelijke mindshift van “ik” naar “wij”. Als de focus is verschoven van “ik” naar “wij” ontstaat er integriteit. In het bedrijf, dat zich volgens de principes van Canto inricht en waarbij deze integriteit ontstaat, zullen geen individuele bonussen uitgereikt worden, zullen de producten niet gemaakt worden in landen met lage loonkosten en zal de winst van dat bedrijf ten goede komen aan dat bedrijf en de samenleving waar zij deel van uitmaakt en niet doorgesluisd worden naar een belastingparadijsje ten gunste van enkele bestuurders van dat bedrijf.

 

In een samenleving waar “wij” centraal staat, richten we ons op geven en delen in plaats van vergaren van wat we nog net niet hebben.

Mijn gedachten vlochten zich samen en een beeld ontstond van een wereld waarin wij, in volledig en oprecht contact met de ander werken aan een samenleving die goed is. Niet goed in de zin van goed voor mij (ego), maar goed voor ons allen. Wat ervoor nodig is, is een mind shift, een verschuiving van de focus van “ik” naar “wij”.

 

Wij zouden open staan voor wat er om ons heen gebeurt; er zou geen eenzaamheid meer zijn, geen oude mensen die door familie vergeten, op een ’s zondagsbezoekje na, verkommeren en vaak dagenlang niemand zien. Geen flatgebouwen vol met mensen die elkaar nauwelijks kennen, omdat we zo druk zijn te vergaren – maar buren die zich om elkaar bekommeren en elkaar helpen. Geen burn outs op de werkvloer, omdat we als collega’s voor elkaar zorgen en in de gaten hebben wanneer iemand het moeilijk heeft en oprecht de tijd nemen om zijn verhaal te horen.  

Ons motto zou worden: “Wat kan ik doen voor de ander” in plaats van “wat is er nog meer voor mij om te vergaren?

 


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.