- praktijk voor psychosociale hulpverlening - 
Home » Jungiaanse Psychologie

Jungiaanse psychologie

 

De psychologie van Carl Gustav Jung biedt een theoretische basis om te begrijpen waarom mensen doen wat ze doen, waarom ze (niet) in beweging komen en hoe deze beweging kan worden beïnvloed. 

 

Jung heeft, door onderzoek vanuit zijn omvangrijke patiëntenbestand, en het onderzoeken van eigen gevoelens, ervaringen en gedragingen (die hij allemaal opschreef en analyseerde) een theorie over de menselijke psyche ontwikkeld, die volledig is en waarin het individu en diens beleving centraal staan. Jung's zoektocht vindt zijn weergave in "Het Rode Boek" of Liber Novus. Hierin beschrijft Jung hoe hij zich overgeeft aan een diepgaand innerlijk proces, waarbij hij uiteindelijk zijn eigen ziel "hervindt" en ingewijd wordt in de geheimen van de menselijke psyche. Alle dromen, ervaringen en inzichten noteerde hij nauwgezet. Na 1920 wilde hij zijn ervaringen rondom "crisis" momenten wetenschappelijk onderbouwen en creëerde zodoende het fundament van wat hij later het "individuatie" proces zou noemen. 

 

Tijdens mijn studie Jungiaanse psychologie "herkende" ik in de theorie stukken van mijn eigen proces; dat de tools waarmee ik mijn eigen "demonen" te lijf ging ook in de Jungiaanse psychologie gebruikt werden. Dat het op zoek gaan naar jouw eigenheid in de donkere uithoeken van het onbewuste, uiteindelijk leidt tot een stevig fundament van waaruit jij kan groeien naar jouw ultieme vervulling. Dat het proces van individuatie een voortdurend proces is en geen eindbestemming kent.

 

Volgens Jung streeft de psyche naar heelheid, waarbij je bij het woord heelheid eerder moet denken aan "vervulling", en "betekenis geven", dan aan iets wat "stuk" is en weer heel moet worden.

 

Het onbewuste

Het onbewuste vervult een compenserende en complementerende rol ten opzichte van het bewustzijn. Wat dit eigenlijk wil zeggen is dat als jij eenzijdige beslissingen neemt in je leven (bijv. altijd maar zorgen voor de ander), dat alles wat te maken heeft met "zorgen voor jezelf" naar het onbewuste wordt verdrongen en een complex creëert. Omdat alles wat er niet mag zijn (dus wat jij verdringt), zich wil laten kennen  laat dit complex zich in de buitenwereld zien als projecties, dagdromen, droombeelden, versprekingen, excessieve gevoelsuitingen etc. En in tegenstelling tot wat wij graag denken over onszelf, nl. dat wij "bewuste" beslissingen nemen, dat ons bewustzijn ons gedrag bepaalt, is het vaak zo, dat datgene wat in ons onbewust is, ons gedrag bepaalt.

 

Echter, het onbewuste communiceert d.m.v. beelden (dromen, televisiebeelden die ons "raken") en de taal van het bewustzijn is de ratio, het denken en de analyse.  Het duiden van de signalen vanuit het onbewuste is dan ook vaak een lastige zaak. We kunnen niet onze ratio en onze analyses loslaten op de beelden van het onbewuste. Om de beelden vanuit het onbewuste te duiden gebruiken we actieve imaginatie, visualisaties, associaties. Maar ook intuïtief schilderen/tekenen, reflectief mediteren of schrijven. Zo leren we onze innerlijke beeldenwereld kennen en krijgen hier contact mee. 

"Toen ik moe was van het zoeken leerde ik vinden" - Nietzsche